4.   SPELVORMEN VOOR DE ALLERKLEINSTEN HDLFootProductions 1.   3 tegen 3 - Hoepelspel Organisatie : - Speelveld van 30 x 20 meter - 2 ploegen van 3 spelers - Voor de eindlijn liggen telkens 3 hoepels (of fietsbanden) Verloop : - Spel 3 tegen 3 - Doel =de bal in de tegenstander zijn hoepel spelen. Scoren = 1 punt Welke ploeg heeft na 4 minuten het meeste punten gescoord?   2.   4 tegen 4 + 1 neutrale speler Organisatie : - Speelveld van 30 x 20 meter - 2 ploegen van 4 spelers maken en in het veld plaatsen - De neutrale speler bevindt zich eveneens in het veld - Op de doellijnen staan aan weerskanten een minidoel Verloop : - Spel 4 tegen 4 - De neutrale speler speelt telkens samen met de    aanvallende ploeg - Welke ploeg heeft na 4 minuten het meeste doelpunten    gescoord?  3. 4 tegen 4 naar een driehoeksdoel Organisatie : - Speelveld van 30 x 20 meter - 2 ploegen van 4 spelers - In het centrum van het veld een driehoeksdoel opstellen Verloop : - Spel 4 tegen 4 - Een doelpunt telt wanneer de bal over één van de    doellijnen gespeeld wordt, onder kniehoogte. - Welke ploeg heeft na 4 minuten het meeste doelpunten    gescoord?   4.   3 tegen 3 met doelzones Organisatie : - Speelveld van 30 x 20 meter met aan weerszijden een   gemarkeerde doelzone - 2 ploegen van 4 spelers Verloop : - Spel 4 tegen 4 - Doel: met de bal aan de voet in de zone van tegen-   stander komen. - Welke ploeg heeft na 4 minuten het meeste doelpunten   gescoord? 5.   4 tegen 4 met 4 kegeldoeltjes  Organisatie : - Speelveld van 40 x 25 meter afbakenen - Op de doellijnen telkens 2 kegeldoeltjes plaatsen - 2 ploegen van 4 spelers Verloop : - In het spel 4 tegen 4 verdedigt iedere ploeg 2 doeltjes    en valt aan naar 2 doeltjes - Welke ploeg scoort na 4 min. het meeste doelpunten? Variaties : - Middellijn markeren. In iedere speelhelft spelen 2   verdedigers tegen de aanvallers van de tegenpartij   (Vakkenvoetbal) en deze wisselen regelmatig van   opdracht.   5.   4 tegen 4 met 4 kegeldoeltjes Organisatie : - Speelveld van 40 x 25 meter afbakenen - Op de doellijnen telkens 2 kegeldoeltjes plaatsen - 2 ploegen van 4 spelers Verloop : - In het spel 4 tegen 4 verdedigt iedere ploeg 2 doeltjes    en valt aan naar 2 doeltjes - Welke ploeg scoort na 4 min. het meeste doelpunten? Variaties : - Middellijn markeren. In iedere speelhelft spelen 2   verdedigers tegen de aanvallers van de tegenpartij   (Vakkenvoetbal) en deze wisselen regelmatig van   opdracht.   6.   4 tegen 4 met 4 dribbeldoelen Organisatie : - Speelveld van 40 x 25 meter afbakenen - Op de doellijnen telkens 2 kegeldoelen (breedte = 8    meter) plaatsen - 2 ploegen van 4 spelers Verloop : - Spel 4 tegen 4 waarbij iedere ploeg telkens 2 kegel-    doelen verdedigt en aanvalt naar de andere 2.     Doelpunten zijn enkel geldig bij het dribbelen tussen    de kegels. - Welke ploeg scoort na 4 min. het meeste doelpunten?   7. Knopen losmaken Organisatie : - 6 tot 10 spelertjes staan in een kring met gezicht naar    elkaar Verloop : - De spelertjes strekken hun armen gekruist naar voor ,    sluiten de ogen gaan enkele passen vooruit en nemen    de hand vast van hun buren. - Opgave : maak de knopen los zonder de handen te    lossen. Aanwijzingen : - Na eenmaal proberen volgt een wedstrijdje met   meerdere ploegen. Welke komt eerst uit zijn knopen? - De trainers kunnen hier karaktereigenschappen leren   kennen van hun spelertjes. (vb: haantje de voorste,   rustig type, denker, leiderstype enzv.)   8. Voetbal-Power Organisatie : - 2 ploegen maken. De spelers van iedere ploeg staan   schouder aan schouder en maken zo een lijn. - Iedere speler houdt een bal voor zich op borsthoogte. - Beide lijnen bevinden zich tegenover elkaar    (afstand: 8 à 10 meter) Verloop : - De spelertjes van de eerste ploeg gaan gelijktijdig   1 stap vooruit en roepen zo luid ze kunnen “voetbal”.   Daarna doet de andere ploeg hetzelfde en roept (nog   luider) “ Power”. - Luidsterkte bepaalt  wie daarna de eerste pas mag   zetten. Zo voortdoen tot ze in het midden staan en daar   ontstaat een duwkamp (Fairplay!) Variaties : - Een eigen kreet uitdenken met de groep. - Rugwaarts (rugwaarts duwen daarna) en/of  zijwaarts   (schouderduwen) opschuiven.   9. Redder tegen jager Organisatie : - Met kegels een veld afbakenen. - Alle spelertjes met bal in het veld. Verloop : - Alle spelertjes dribbelen in het veld en mogen (als   jager) hun medespelers aftikken. Getikte spelers blijven   staan met gespreide benen. - Alle spelertjes mogen gelijktijdig als redder en/of als   jager acteren en kunnen door middel van kruipen door   de benen ( of een bruggetje = door benen spelen)   anderen bevrijden. Aanwijzingen : - De spelertjes bepalen zelf of ze als jager of als redder   acteren. - In het begin eerst eens zonder bal uitvoeren. - De vraag, hoe lang zal het duren tot iedereen uitgetikt   is? Afhankelijk van de motivatie kan deze spelvorm   eindeloos duren.  10. Tweeling-tikkertje Organisatie : - Met kegels een veld afbakenen. - Twee tweelingen (hand in hand) worden als tikkersduo   aangeduid. - Alle andere spelertjes ( de hazen) in het veld plaatsen. Verloop : - De tweelingen proberen de hazen aan te tikken. - Wie getikt wordt vormt een trio met de tweeling.   Wanneer er een vierde getikte wordt, maken we een   nieuwe  tweeling bij, enzv. - Wie blijft als laatste haas over? Variaties : - Met een ketting werken die niet opgedeeld wordt en   altijd maar langer wordt.