5.  AANVALLEND PASSENSPEL IN WEDSTRIJDVORMEN HDLFootProductions 1. Driehoeksspel 4+4 tegen 4+4 Organisatie: * 4 tegen 4 op een terrein van 30m op 30m * Op de zijlijnen telkens 1 kaatser plaatsen per ploeg * De spelers binnen het terrein hebben , de kaatser spelen   in één tijd * Iedere driehoekscombinatie met een kaatser = 1 punt, de   actie moet wel beginnen bij een binnenspeler Letten op: - De kaatsers mogen niet naar mekaar passen - Speeltijd:    ° 6 x 4’ zonder wissel van de binnenspelers met de kaatsers    ° 4 x 6’ met wissel van de binnenspelers met de kaatsers  Variatie: - De binnenspeler geeft een pass naar een buitenspeler, nadat   deze direct heeft teruggespeeld naar een andere speler   (= 1 punt), wisselen ze van plaats 2. Driehoeksspel in wedstrijdvorm 4+4 tegen 4+4 naar 2 doelen Organisatie: * 4 tegen 4 op een terrein van 42m op 40m * 2 doelen met doelman * Het veld is verdeeld in 3 zones (16m-10m-16m) * 4 kaatsers per ploeg ( 2 naast het terrein, 2 naast het doel) * Zonder buitenspel * Op het terrein vrij spel, de kaatsers moeten in één tijd spelen * Doelpunten kunnen enkel in één tijd gemaakt worden * Speeltijd: 2 x 15’ Letten op: - De kaatsers mogen niet naar mekaar passen - Een doelpunt telt slechts wanneer bij een aanval er minstens   één kaatser aangespeeld werd Variatie: - 4 + 4 tegen 4 + 2 - Pasgever en kaatser wisselen van positie 3.   WV 4 tegen 2+2 met counter naar doel Organisatie: * 4 tegen 2 in een vierkant van 8m op 8m op de middellijn * naast de 2 zijlijnen staat telkens een counterspeler * 1 doel met doelman, de andere doelman staat achter het    vierkant * de 4 spelers spelen direct of in 2 tijden * de 2 jagers, als ze de bal veroveren, proberen één van    hun counterspelers aan te spelen die doorgaat en probeert    af te werken * de 2 jagers mogen ook de andere doelman aanspelen die   de bal dan gooit of trapt naar een counterspeler * de 2 jagers wisselen met de counterspelers * de 4 wachtende spelers wisselen met de 4 buitenste spelers Letten op: - timing van de counterspelers, pas starten en bal vragen    wanneer de 2 jagers de bal kunnen spelen - Doelbewust afwerken: de bal plaatsen of de doelman dribbelen  Variatie: - 1 van de 4 spelers mag mee verdedigen 4.   4 tegen 2 met counterspelers naar doel met tegenstander Organisatie: * 4 tegen 2 in een vierkant van 8m op 8m op de middellijn * naast de 2 zijlijnen staat telkens een counterspeler * 1 doel met doelman, de andere doelman staat achter het    vierkant * de 4 spelers spelen direct of in 2 tijden * de 2 jagers, als ze de bal veroveren, proberen hun counter-    spelers aan te spelen die doorgaan en proberen af te werken * Op +/- 25m van het doel een vaste verdediger die af en toe    gewisseld wordt * Wanneer de ene counterspeler naar de andere speelt, mag    hij niet opnieuw aangespeeld worden * De binnenste spelers worden counterspeler, 2 wachtende    spelers worden jagers. Letten op: - in hoog tempo naar de verdediger toe dribbelen om de medespeler te kunnen vrij aanspelen - naar gelang de situatie vanachter de medespeler komen   (switchen) Variatie: - De counterspelers mogen een dubbelpas geven - De jagers mogen mee verdedigen en een of meerdere van de 4 spelers mogen mee oprukken 5.   6 tegen 6 in middenzone met countermogelijkheden naar de grote doelen Organisatie: * 3/4 Terrein met grote doelen + doelman, en middenzone   afbakenen van 25m met kleine doelen. * Een actie start steeds in de middenzone naar een klein   doelen * De counter naar de grote doelen kan enkel na balrecuperatie    via dieptepas of tempodribbel * Na beëindigen van de counter ( balrecuperatie of doelpunt)    bal aan de tegenstander in de middenzone en aanval opzetten    naar een klein doel. * doelpunt in middenzone = 1 punt / in groot doel = 2 punten Letten op: - Bij balrecuperatie mag zowel in de linkse als in de    rechtse zone zich een speler aanbieden voor de counter - Hoog speeltempo inhouden en af toe onderbreken voor recuperatie Variatie: - Deze spelvorm kan ook uitgevoerd worden met 1 doelman en 1 counterdoel (terrein 50m) - In geval van grotere groepen kan gewerkt worden met een vaste verdediger en/of een vaste aanvaller in de counterzones 6. Wedstrijdvorm 2 tegen 1 Organisatie en Verloop: * Werken naar 2 doelen met doelman * 3 x 2 aanvallers en 1 x 2 verdedigers * De 2 aanvallers staan op +/- 10m van elkaar en op 30m van    het doel * 1 verdediger staat op 20m van het doel * 2 tegen 1-situatie met buitenspelregel, na de pass achter de    medemaat doorgaan * Iedere verdediger verdedigt 2x en wisselt daarna Letten op: - in snelheid naar de verdediger toe dribbelen om een    verdedigende reactie uit te lokken - Daarna keuze tussen individuele actie of pass naar    de speler die vanachter de speler komt - Doelgericht afwerken   Bijkomende opdrachten: - 3 doelpunten tegen na mekaar = verdedigers en doelman 5x opdrukken - geen doelpunt = aanvallersduo 5x opdrukken - 3 maal na mekaar geen doelpunt = het laatste aanvallersduo wisselt met de verdedigers 7. Wedstrijdvorm 3 tegen 2 Organisatie en Verloop: * Dubbel strafschopgebied met 1 doel met doelman (af en toe wisselen!) * 4 ploegen van 3 spelers * 2 x 2 verdedigers * Voor de meerderheid (3) telt buitenspel mee, voor de 2 niet Mogelijke oplossingen: - De speler die van achteruit komt in de diepte sturen (zijkanten gebruiken) en eventueel daarna over de 3de man spelen - Infiltratie via het centrum in geval de verdedigers naar buiten toe dekken - Spelverleggen in geval de verdedigers teveel uitwijken naar een bepaalde zijde en er een aanvaller volledig vrij staat - Opnieuw in de rug van de balbezitter doorgaan aan de andere zijde  Letten op: - De bal vertrekt steeds vanuit het midden - De pass naar buiten, deze dribbelt op de verdediger af en   naargelang de verdedigende actie komt de eerste vanuit de   rug van de dribbelende speler - Na de combinaties consequent afwerken   Bijkomende opdrachten: - De verdedigers kunnen punten scoren bij balrecuperatie - Voor de aanvallers bij 3de of 5de maal balverlies    10x opdrukken (per groepje van 3) - Bij doelpunt tegen blijven de verdedigers een beurt langer    verdediger 8.   Wedstrijdjes  4 tegen 3 in tornooivorm Organisatie en Verloop:  * Dubbel strafschopgebied  (of iets langer) met 2 doelen met    doelman * 4 ploegen van 4 spelers (A, B, C en D) * Wedstrijd 4 tegen 3  A tegen B * C en D spelen op balbezit 6 tegen 2 (direct spel !) * Speeltijd 4’, na telkens een 1’ wordt een speler van B    (minderheid!) gewisseld * Voor ploeg A (4) telt buitenspel mee, voor B (3) niet * Daarna wisselen van opdracht B met 4 en A met 3 spelers * Na dit wedstrijdje speelt C tegen D de wedstrijdvorm 4 te-    gen 3 en A en B op balbezit *Na de 2de wedstrijd wordt er gespeeld voor 3de en 4de   plaats en daarna de finale   Variaties: - Buitenspel voor de ploeg van 4 over het volledig terrein - 3 ploegen van 6 spelers:  4 tegen 3 met wissels, de derde ploeg speelt op balbezit 4 tegen 2 9. Pass en trapvorm met doelshot Organisatie en Verloop:  * De spelers A tot D staan opgesteld zoals in de afbeelding voor een doel met doelmannen (die wisselen af en toe) * A speelt naar B, B kaatst in zijn loop en start richting D,  A speelt op C, die kaatst in de loop van B, B speelt op D   en deze kaatst in de loop van C en deze werkt af. * D haalt de bal op en sluit terug bij het begin van de   oefening  * Alle spelers schuiven na hun actie een positie door Letten op: - De bal nadrukkelijk komen vragen - Direct en met tempo spelen - De afstanden in de diepte groter maken - Timing vooral voor het inlopen voor het afwerken Variatie: - A speelt de 1ste pass op C, die aflegt voor B enzv… - A speelt na het kaatsen met B direct op D, enzv… 10. Wedstrijdvorm 6 tegen 6 op een smal en diep terrein Organisatie: * Het terrein is 60m op 20m (breedte doelgebied) met 2 doelen met doelman * Zonder buitenspel * Daarbij moeten de spitsen naargelang de spelsituatie:    - voortdurend in de ruimte gaan    - de bal tegemoet komen    - met de rug naar doel de bal vragen    - afleggen voor een doelshot    - vanuit draaiing komen besluiten op doel * de andere spelers volgen snel op de acties Letten op: - Om de lengte van het terrein te gebruiken wordt er   zonder buitenspel gespeeld - Dubbelpassen vragen - Stimuleren om een lijn over te slaan  Variaties:  - 3 tegen 3 op iedere speelhelft, om de opbouw gemakkelijker te maken - 1 verdedigende speler mag mee oprukken om een 4 tegen 3 situatie te creëren - Het speelveld iets langer maken of iets verbreden 11. Wedstrijdvorm 6 tegen 6 in de centrale zone Organisatie en Verloop: * Het terrein is 60m op 40m met 2 doelen met doelmannen * Zonder buitenspelregel * Doelpunten na een 1-2 beweging met de spits tellen dubbel * Doelpunten na een aanspelen van de spits en dan via de    derde man gescoord tellen voor 3 punten, de spits moet de    bal wel direct afleggen  Letten op: - Snel omschakelen: de eerste actie na balrecuperatie zo snel    mogelijk naar voor - Na de pas snel volgen om een meerderheidssituatie te cre-    ëren Variaties: - Met buitenspel spelen, uitzondering wanneer de doelman    de bal snel werpt naar de diepe spits 12.   2 tegen 1-situatie Organisatie: * A staat op ongeveer 25m van de doellijn op de flank * B met bal op 30m in het verlengde van het strafschopge-    bied * Verdediger C staat op de hoek van het strafschopgebied * A komt zich kort aanbieden, neemt de bal aan en dribbelt    naar binnen toe richting speler C * B gaat in de rug van A en vraagt de bal in de loop. * A kiest tussen de bal spelen of zelf doorgaan voor de   1 tegen 1 * Bij het doorspelen volgt hij centraal om de eventuele   center/pass af te werken. Variaties: - 1 extra aanvaller voor doel om af te werken - 2 aanvallers tegen een bijkomende verdediger voor    het doel, die ook bij de dribbel van A actief wordt 13. Spelcombinatie via de vleugel in een 4 – 4 – 2 opstelling Organisatie en verloop: Van achteruit komen met twee (blauw) * Speler 5 speelt speler 3 aan, die geeft een pass naar de zich kort aanbiedende speler 7 en loopt achter hem door * Speler 7 neemt de bal mee naar binnen en speelt dan speler 3 op de flank aan die doorgaat en centert voor doel * Spelers 8, 9, 10 en 11 komen in de box om af te werken Van achter de man komen met de 3de man (rood) * Speler 4 speelt speler 2 aan, deze speelt naar speler 8    enzv… * Speler 8 neemt de bal mee naar binnen en geeft dan een    pass naar de zich aanbiedende spits 9 * Speler 9 speelt daarna de bal in de loop van speler 2 * Speler 7, 9, 10 en 11 komen in de box  Variatie: - Dit kan ook gebruikt worden voor het 4 – 3 – 3 systeem    maar dan stellen 8 en 1& zich hoger op, het verloop blijft    gelijk Letten op: - De beide vleugels worden afgewisseld - De doelmannen worden af en toe gewisseld - Alle posities dubbel bezetten 14. Spelcombinatie via de vleugel in een 3 – 5 – 2 opstelling Organisatie en verloop: Van achteruit komen met twee (blauw) * Speler 6 speelt speler 7 aan, die geeft een pass naar de zich kort aanbiedende speler 3 en loopt achter hem door * Speler 3 neemt de bal mee naar binnen en speelt dan speler  7 op de flank aan die doorgaat en centert voor doel * Spelers 8, 9, 10 en 11 komen in de box om af te werken Van achter de man komen met de 3de man (rood) * Speler 4 speelt speler 8 aan, deze speelt naar speler 2 enzv… * Speler 2 neemt de bal mee naar binnen en geeft dan een pass naar de zich aanbiedende spits 9 * Speler 9 speelt daarna de bal in de loop van speler 8 * Speler 7, 9, 10 en 11 komen in de box  Variatie: - Dit kan ook gebruikt worden voor het 4 – 4 – 2 systeem - Spel met vrije keuze maar doelpunten na center met van   achter de man doorgaan tellen dubbel - Met bijkomende opdrachten:   * Pass in loop tekort of te ver: 5 x opdrukken   * Centers achter het doel: 5 x opdrukken   * meningsverschillen in de box: 3 x opdrukken   * flagrant missen bij afwerken op doel: 5 x opdrukken