7.   WEDSTRIJDVORMEN HDLFootProductions 1. Wedstrijdvorm 6 tegen 6 met spelmakers Organisatie/Verloop: * ½ Speelveld met 2 doelen met doelman * Strafschopgebieden = aanvalszones * Elke ploeg duidt een spelmaker aan * Wanneer de spelmaker een doelpunt scoort of een assist   geeft telt het doelpunt dubbel * Na 2’ wisselen van spelmaker * Doelpogingen van buiten de aanvalszone zijn toegelaten Letten op: - dat de spelmaker zijn verantwoordelijkheid neemt   in het spel enbal vaak opeist en/of acties maakt - onnodige en/of zinloze dribbel, sturen naar doel-   gerichte acties Variatie: - 2 spelmakers aanduiden  2. Wedstrijdvorm 4 tegen 4 tegen 4 met dribbeldoelen Organisatie/Verloop: * Terrein van 25m op 25m met 6 dribbeldoeltjes verdeeld over de ruimte * Drie ploegen van 4 spelers (A, B en C) * A en B met bal, C zonder bal * A en B proberen telkens vanuit de onderlinge combinaties door de   doeltjes te dribbelen * C probeert één van de ballen te veroveren en bij balrecuperatie wordt   er gewisseld van opgave * 3 x uitvoeren in 1’ ( 3 x uitvoeren = 1 ronde) * Welke ploeg heeft de meeste doelpunten gescoort? Letten op: - dat C zich niet concentreert op één ploeg anders scoren   de andere te gemakkelijk - Geen 2 x na mekaar in hetzelfde dribbeldoel Variatie: - De spelers van de 3 ploegen hebben 1 bal: Welke ploeg maakt meest doelpunten?In een dribbeldoel mag pas opnieuw   gescoord  worden wanneer de andere ploegen er eveneens in gescoord hebben - De doelen op de zijlijnen van een zeshoek plaatsen 3. Wedstrijdvorm 4 tegen 4 met 6 doelen Organisatie/Verloop: * Terrein van 30m op 20m met 2 minidoelen en 2 telkens 2 dribbel-    doelen (breedte=2m) naast en een middellijn * Slechts 3 aanvallers mogen op de helft van de tegenstander * 2 punten voor iedere treffer in de minidoelen die door een dribbel    voorafgegaan is * 1 punt voor een treffer in de dribbeldoelen Letten op: - Aangezien slechts 3 aanvallers op de helft van de   tegenstander mogen, moet gecoacht worden op   doelgerichte tempodribbels om doelpunten voor te   bereiden of te lukken - De dubbele punten belonen de doelpunten in de   minidoelen in het centrale gedeelte 4. Wedstrijdvorm K+4 tegen 4 met doel en dribbeldoelen Organisatie/Verloop: * Terrein is een dubbel strafschopgebied met 1 groot doel met doel-    man en 2 dribbeldoelen (breedte = 3m) aan de andere zijde * 1 aanvalszone (12m op 20m) voor het groot doel * Ploeg A speelt naar het groot doel en ploeg B countert naar de    minidoelen * Indien een speler dribbelt in de aanvalszone en scoort of laat    scoren na een pas telt zijn doelpunt dubbel * Na 4’ wisselen van doel Letten: - Beide ploegen worden gecoacht naar dribbels toe - Ploeg A dribbelt in de aanvalzone of probeert een   doorbraak te forceren naar de doellijn toe met pas   als gevolg - Ploeg B probeert op counter met tempodribbels te   scoren 5. Wedstrijdvorm 4 tegen 4 met dribbeldoelen & voortzetting naar groot doel Organisatie en verloop: * Speelveld van 20m op 15m met 2 dribbeldoelen op de doellijn    (breedte = 6m) * Op 16m van de doellijn staat een 1 groot doel met doelman * Van zodra een speler door een willekeurig doel dribbelt, mag    hij doorgaan op het groot doel daarachter en proberen scoren * Hij mag niet meer gehinderd worden door en tegenstander bij    zijn doelshot Letten op: - Snel afwerken na het doordribbelen van het dribbeldoel Variaties: - Iedere ploeg heeft nu 1 doel om naar aan te vallen en 1   om te verdedigen - Na het eerste of tweede contact voorbij het dribbeldoel   moet er op doel getrapt worden - Met 2 dribbeldoelen op de doellijn 6. Wedstrijdvorm 4 x 1 tegen 1 Organisatie en Verloop: * Speelveld van 15m op 30m met 3 dribbeldoelen (6m breedte) op de doellijn * 3 ploegen van 4 spelers * 4 tegen 4, de 3de ploeg van 4 staat aan de kant * Er worden paartjes gemaakt ( 1 tegen 1) * Ieder paar heeft 1 bal * De balbezitters proberen in een 1 tegen 1 situatie door een    dribbeldoel te dribbelen * Speeltijd is 1min * Welk team heeft na 4 x 1’ het meest doelpunten gescoord Letten op: - Na ieder spel - Recuperatie van 1’ - Na iedere reeks van 4 – Recuperatie van 3’ - Oriëntatie in de ruimte: Welk dribbeldoel is vrij?   Waar is ruimte om door te gaan?   Variaties: - Doelpunten in het middelste dribbeldoel tellen dubbel - Idem met 2 tegen 2 - 1 tegen 2, bij doelpunt wisselen van opgave 7. Wedstrijdvorm 3 tegen 3 + N Organisatie en Verloop: * Speelveld van 16m op 10m met 2 minidoelen en middellijn * 3 tegen 3 met 1 neutrale speler * De neutrale speler speelt mee met de balbezittende ploeg,    moet niet direct spelen maar mag niet scoren * Op eigen helft max. 2 balcontacten, op de helft van de    tegenstander 3 balcontacten Letten op: - De meerderheid proberen uitbuiten bij balbezit - Door de beperkingen in balcontacten een snel   passenspel proberen krijgen - Ballen stevig inspelen, vrijlopen en aanbieden! Variaties: - De kleine doeltjes kunnen ook kegeldoeltjes of doeltjes met paaltjes - De neutrale speler moet nu direct spelen en mag scoren - Alle spelers hebben vrij- 1 tegen 2, bij doelpunt wisselen van opgave 8. Wedstrijdvorm 3 tegen 3 met 6 beweeglijke kaatsers Organisatie en Verloop:  * Speelveld van 16m op 10m met 2 minidoelen * 4 ploegen van 3 spelers * 3 tegen 3 met 6 neutrale aanspeelpunten * Max. 3 balcontacten toelaten * De aanspeelpunten moet direct spelen * Lukt een ploeg bij balrecuperatie na een 1-2 beweging met    een aanspeelpunt te scoren, dan telt het doelpunt dubbel. Letten op: - De kleine doeltjes moeten het passenspel benadrukken - De aanspeelpunten bewegen op hun respectievelijke    lijnen Variaties: - Spel met 2 balcontacten - 1 speler van een ploeg moet direct spelen, de anderen hebben 2 of 3 balcontacten 9. Wedstrijdvorm met counter in meerderheidssituatie Organisatie en verloop: * Terrein = dubbelstrafschopgebied met 2 doelen met doel-    man en een middellijn * 5 tegen 3 met 4 aanspeelpunten die zich plaatsen aan de    zijlijnen en doellijn van de speelhelft van de ploeg van 5 * De ploeg van 5 start telkens de nieuwe van de doelman uit * Binnen het terrein telt buitenspel * Bij balverovering countert de ploeg van 3 in samenspel met   de aanspeelpunten naar het andere doel Letten op: - De 2 meerderheidssituatie die kunnen plaatsvinden, binnen    het terrein 5 tegen 3 en de 3 + 4 tegen 5 - Snel en precies passenspel in de meerderheidssituaties Variaties: - De grootte van ploegen aanpassen naargelang het niveau - Beperking van het aantal contacten voor de meerderheid 10. Wedstrijdvorm 4 tegen 4 naar doeltjes buiten het terrein Organisatie en verloop: * Terrein = 25m op 20m * Aan de buitenkanten op 5m van de doellijn telkens 2 mini-   doelen * 4 tegen 4 binnen het terrein, de 3de ploeg stelt zich ver-   deeld op aan de minidoelen * Vanuit samenspel proberen doelen met binnenkant in de   kleine doeltjes zonder het terrein te verlaten * Speeltijd: 3’ daarna wisselt en ploeg Letten op: - 1 extra punt als een ploeg 5 passen na mekaar kan ge-   ven, daarbij mag echter maar 1 dubbelpas zitten om iede-   reen bij het spel te betrekken Variaties: - Doelpunten enkel met buitenkant voet maken - De 4 doelen nu verdelen over alle 4 de lijnen.   Iedere ploeg valt aan naar de twee tegenover elkaar staande doelen en verdedigt de andere twee. 11. Wedstrijdvorm 3 tegen 3 met verschillende aanspeelmogelijkheden Organisatie en Verloop: * Terrein = Strafschopgebied met 1 groot doel met doelman * 3 ploegen van 3 spelers, iedere ploeg duidt een kapitein    aan * 3 tegen 3 + 3 neutrale spelers (A, B en C) * De kapitein van de aanvallende ploeg roept de naam van    een  neutrale speler die dan de bal inspeelt op een aanval-    ler, en deze probeert na zijn controle samen met zijn ploeg- maats een aanval op te bouwen naar doel * Bij balrecuperatie passen de verdedigers naar een neutrale    speler en worden zij voor de volgende actie de aanvallers. * Wissel na 4’ Letten op: - A brengt de bal in het spel met een pass,    B en C met een inworp - Enkel de kapitein roept de naam van de neutrale speler ( of aanspeler) Variaties: - A speelt de bal met een halfhoge pass - De verdedigers moeten bij balrecuperatie de bal spelen naar de neutrale speler die de bal had ingespeeld.   Dus concentratie en aandacht! 12. Wedstrijdvorm 3+2 tegen 3+2 met mee oprukkende pasgever Organisatie en Verloop: * Terrein = dubbel strafschopgebied met 2 doelen met doelman    en een middellijn * Op iedere speelhelft 3 verdedigers en 2 aanvallers * De doelman geeft een pass naar een van de verdedigers die    dan proberen in een 3 tegen 2-situatie naar hun aanvallers    te spelen op de andere speelhelft. * Wanneer dit lukt mag de pasgever mee oprukken zodanig dat    er een 3 tegen 3 situatie ontstaat. Letten op: - Spel zonder inworp of hoekschop, de bal wordt telkens   ingespeeld door de doelman van de speelhelft waar de   bal is buitengegaan. Variaties: - Beperking van de balcontacten in de verdedigende zone zodanig dat het spel nog sneller naar de spitsen gaat - Na het aanspelen van de aanvallers mogen 2 verdedigers mee oprukken 13. Wedstrijdvorm 3 tegen 3 met opdrachtwissel Organisatie en Verloop: * Terrein = dubbel strafschopgebied met 1 doel met doelman,    2 counterdoelen (breedte = 2m) en een middellijn * 1 neutrale speler met ballen staat tussen de 2 counterdoelen    en speelt een aanvaller aan en rukt daarna mee op. * Na de controle probeert deze vanuit een 4 tegen 3 situatie    een aanval op te zetten * Bij een succesvolle counter van de verdedigers in een drib-    beldoel (= doelpunt) wordt er gewisseld van opdracht Letten op: - De aanvaller moet de bal controleren en niet direct    terugkaatsen - De aanspeler mag niet direct mee oprukken maar    pas na een teruggespeelde bal ingeschakeld worden - Bij balverlies mag de aanspeler niet mee verdedigen 14. Wedstrijdvorm 3+1 tegen 1+3 met de lange bal Organisatie en Verloop: * 2 terreintjes van 15m op 15m op 20m van elkaar * Op ieder terrein staan een team van 3 spelers * Op 5 m hiervan een speler van de tegenpartij *Team A speelt met een lange bal (lange lob) naar team B * Met die pass start ook de verdediger van A in het terrein    van team B en probeert hen te storen bij het aan- of mee-    nemen van de bal. Wanneer dit lukt 1 punt. * Daarna speelt een speler van team B een lange bal naar    team A, enzv… Letten op: - De speler die de bal aanneemt mag niet direct spelen of    afleggen naar een medespeler - Na het aan- en/of meenemen van de bal (= 2 contacten)    mag de verdediger niet meer storen Variaties: - De verdediger mag verder storen zodanig dat de lange bal vanuit de 3 tegen 1 moet gespeeld worden - De grootte van de terreintjes veranderen en de afstand daartussen vergroten - 2 tegen 1 of 4 tegen 2 binnen de terreintjes 15. Wedstrijdvorm 3 tegen 2 + 2 tegen 3 met tijdsdruk (1’) Organisatie: * Terrein van 30m op 30m met 2 doelen met doelmannen en    een middellijn * Op iedere speelhelft 3 aanvallers en 2 verdedigers * De doelman speelt zijn eigen verdediger aan die ongehin-    derd  een pass geeft naar de 3 tegen 2 in de aanvalshelft * Men blijft normaal gezien 1’ aanvallende ploeg * Bij balrecuperatie wisselt direct het recht op aanvallen, in    het andere geval pas na 1 minuut Letten op: - Het recht op aanvallen blijft gelden bij een shot naast of    over doel - Korte speeltijden met hoge intensiteit, af en toe de groepen    wisselen Variaties: - 3 tegen 3 op iedere speelhelft - Schoten op doel moeten in één tijd gebeuren, dus zonder    balcontrole 16. Doelshot-tornooi Organisatie en Verloop: * Terrein = 30m op 30m met 2 doelen met doelman * 3 ploegen van 4 spelers * 1 ploeg = aanspeelpunten op de hoeken van het terrein * 1 verdediger * 1 speler van de verdedigende ploeg verlaat het terrein    zodanig dat in een 4 tegen 3 wordt gespeeld * Het voordeel van de aanvallende ploeg duurt 90”, na die    tijd wisselen van opdracht * De aanspeelpunten spelen in volgorde de aanvallers aan * Bij de ploeg in minderheid tellen de doelpunten dubbel Letten op: - De verdedigers moeten tijdens het spel kunnen wisselen - Iedere ploeg komt tegen mekaar uit: per serie 3 voor de winnaar, 2 voor de 2de en 1 voor de laatste - Na 4 series wint de ploeg met het meeste punten - De aanspelers 1 en 4 geven hun pass van achter de doellijn, 2 en 3 van aan de zijlijn Variaties: - Bij een doelpunt van de ploeg in minderheid direct wisselen van opgave - De 2 ploegen met gelijk aantal, 4 tegen 4