8.  SNELHEID HDLFootProductions 1. Omloop met coördinatie- en Spurtoefeningen Organisatie: * Met 4 stokken/vlaggen en 1 in het midden een omloop in acht-    vorm maken. * Met 3 kegels 4x telkens een spurtparcours afbakenen * Afstand tussen de kegels = 8m (tot. 16m) Verloop: * In duo leggen de spelers de omloop af in achtvorm en voeren    de opgelegde oefeningen uit * De duo’s verdelen zich gelijkmatig over het parcours * Tussen de posten verplaatsen de duo’s zich in langzame loop-    pas of een ontspannen hopserloop Station 1  Intensieve skippings van 1ste naar 2de kegel, spurt van 2de  naar 3de kegel Station 2  Wissel van skippings en loop met hielen tegen zitvlak van 1ste  naar 2de kegel, spurt van 2de naar 3de kegel Station 3  Loop met hoog heffen van knieën van 1ste naar 2de kegel, spurt  van 2de naar 3de kegel Station 4  Loop met hielen tegen zitvlak van 1ste naar 2de kegel, versnel-  len van 2de naar 3de kegel Variatie: - Zijwaarts lopen, zijwaarts lopen met richtingsverandering, rug-   waarts lopen van 1ste naar 2de kegel - Versnellen van 1ste naar 2de, spurt van 2de naar 3de kegel - Hopserloop van 1ste naar 2de kegel, sprongloop van 2de naar   3de loop - Combinatie van 2 coördinatieoefeningen: skippings van 1ste naar 2de kegel, loop met hoog heffen van de knieën van 2de   naar 3de kegel 2. Omloop in achtvorm Organisatie: * In de 2 tegenoverliggende hoeken (station 1 en 4) telkens    een vierkant met middenkegel maken (zijden +/-4m). * In de 2 andere hoeken (station 2 en 3) een vierkant maken    met daarin 4 willekeurig geplaatste kegels. * Op het middelpunt nog 1 kegel plaatsen Verloop: * De omloop is in achtvorm * De spelers worden gelijkmatig over het parcours verdeeld * In de hoeken worden de opdrachten in het hoogste tempo    uitgevoerd, de afstanden daartussen gebeuren in ontspannen    en lichte looppas Station 1: * Zo snel mogelijk de alle hoekkegels aanraken maar telkens    daarna de middenkegel Station 2: * Zo snel mogelijk rond 5 willekeurige kegels draaien, daarna    lichte looppas diagonaal langs de middenkegel naar station 3 Station 3: * spurt naar 5 willekeurige kegels en ze telkens raken met het    zitvlak, daarna lichte loopas in de lengte van het terrein naar    station 4 Station 4:    idem opstelling als station 1 maar hier spurt naar middenkegel,    rugwaartse spurt naar volgende kegel en diract voowaartse    spurt naar middenkegel, enzv.. tot men terug is aan het    beginpunt, daarna lichte loopas naar station 1 en de omloop    nog eens uitvoeren 3. Spurtoefeningen vanuit een rugwaartse beweging Organisatie: * op de zijlijn 3 kegels plaatsen op 5m van elkaar * daarna terug 3 kegels op 8m en 15m van de eerste * de spelers in groepjes van 3 ( 4 of 5) indelen die zich    plaatsen aan de middenste kegel * de 1ste speler start links van de kegel, de andere staan aan    de rechterzijde Verloop: * 1 reeks = 3 herhalingen daarna wisselen van oefening * 3 tot 6 Reeksen van 3 herhalingen Oef. 1: in rugwaartse hopserloop, 1ste kegel raken en spurt    naar 3de kegel. Wie is eerste?    Op signaal starten de volgende spelers, enzv… Oef. 2: rugwaartse loop met hoog heffen van de knieën, 1ste     kegel raken en spurt naar 3de kegel Oef. 3: rugwaartse loop met hielen tegen zitvlak, 1ste kegel    raken en spurt naar 3de kegel Oef. 4: rugwaartse skippings, 1ste kegel raken en spurt naar    3de kegel Oef. 5: zijwaartse bijtrekpas, 1ste kegel raken en spurt naar    3de kegel 4. Golven met spurtvariaties-      REACTIE-en STARTSNELHEID Organisatie: * op de zijlijn 3 kegels plaatsen op 5m van elkaar * daarna terug 3 kegels op 5m van de eerste * de spelers in groepjes verdelen  van 4 tot 6 spelers die zich    plaatsen aan de eerste kegel Verloop: * 1 reeks = 3 herhalingen daarna wisselen van oefening * 3 tot 6 Reeksen van 3 herhalingen Oef. 1: Op signaal spurten de spelers van 1ste naar 3de ke-   gel, rugwaarts van 3de naar 2de kegel, van 2de na 4de   voorwaarts. Wie is eerste aan de 4de kegel?   Langzame looppas terug naar de 1ste kegel langs de ande-   re kant van spurters. Oef. 2: Spurt van 1ste naar rugwaartse loop met hoog heffen   van de knieën, 1ste 2de kegel en ronddraaien, van 2de naar   3de kegel en ronddraaien  en spurt naar 4de kegel Oef. 3: Spurt van 1ste naar 2de kegel en raken, terugspurten   naar 1ste kegel en raken, spurten naar 3de kegel en raken,   terugspurten naar 2de kegel en raken en spurten naar 4de   kegel Oef. 4: Spurt naar 3de kegel en raken zijwaartse bijtrekpas   terug naar 2de kegel en raken, spurt naar 4de kegel Oef. 5: Spurt naar 3de kegel, tussen 2de en 3de kegel, daar-   na terugspurten om een volledige acht te maken, daarna   spurt naar 4de kegel Oef. 6: Spurt in slalomvorm naar 4de kegel Variaties: - Spurten met nummers: à de trainer roept als startsignaal 2 tot 4 cijfers. De spelers lopen dan in die volgorde hun parcours à Voorbeeld: “ 3 – 1 – 4” De spelers spurten dan van 3de naar 1ste kegel en dan terug naar 4de - Spurtestafette met nummers à idem met teruglopen na 4de kegel en dan aftikken en zelfde opdracht voor de volgende speler 5. Spurtoefeningen na passing met duo’s -      REACTIE- en STARTSNELHEID Organisatie: * Per 2 spelers 2 kegels opstellen van 15m tot 20m * 1 bal per 2 Verloop: * De duo’s geven passen naar mekaar volgens opgelegde vormen    (Oef 1 tot 3) * Op signaal van de trainer laten ze de bal rollen en spurten naar    de kegel aan de andere zijde * Welke speler is het snelst aan de kegel? * Daarna langzaam teruggaan Oef. 1: Passing langs de kegel, evenwijdig aan de startlijn Oef. 2: Vrij jongleren met 2 tot 3 contacten per speler Oef. 3: Passing langs de kegel in de looprichting Met 2 ballen: Oef. 4: De bal jongleren, op signaal de bal vangen en met de bal in de handen spurten naar de kegel Oef. 5: De bal jongleren en op signaal in spurt de bal leiden Oef. 6: De beide spelers staan met bal aan de voet, wanneer de trainer “1” roept snel de bal leiden naar de verste kegel, wanneer hij “2” roept eerst snel rond de dichtste kegel dribbelen en dan pas naar de verste kegel dribbelen Letten op: - Per oefening: 2 tot 3 herhalingen 6. Estafettes met technische oefeningen -      REACTIE- en STARTSNELHEID Organisatie: * Per 3 spelers 3 kegels opstellen op lijn, 8m van elkaar * 1 bal per 3 Verloop: * Estafette met verschillende opgaven (Oef 1 tot 3) * Iedere speler loopt driemaal. Welke groep is het snelst? Oef. 1: Slalomdribbel door de kegels met daarna een pass terug, balaanname t.h.v. de startkegel door de volgende speler Oef. 2: Snel balleiden van de 1ste naar de 2de kegel, de bal stoppen, snel rond de 3de kegel, pass naar de volgende speler Oef. 3: Pass van C in de loop van A, deze neemt de bal mee en dribbelt snel rond de 3de kegel, terug en balovername door B. 2 spelers aan de ene kant met 1 bal, 1 speler zonder bal aan de andere zijde. Iedere speler loopt 3 x. Welke groep slaagt het eerst? Oef. 4: Speler dribbelt snel rond de kegel en geeft pass naar een speler aan de andere zijde, balaanname t.h.v. de kegel en idem Oef. 5: Dribbelen naar het midden, de bal stoppen en zonder bal naar de andere zijde lopen. De andere speler komt zonder bal tegemoet en neemt deze over in dribbel ( Variatie: bal stoppen en meenemen) Oef. 6: Baldribbel, eens voorbij de kegel diagonale pass naar de andere speler, enzv… 7. Afwerken op doel met drukzettende verdediger Organisatie:  * op 30 meter afstand van het doel met doelman 2 startkegels   plaatsen * Aan iedere kegel 1 ploeg van 4 * De trainer staat tussen de kegels met ballen   Verloop: * De blauwe ploeg krijgt voorrang, de trainer geeft een pass in   de loop van A, die de bal naloopt, meeneemt richting doel en   probeert af te werken * B zet de achtervolging in en zet A onder druk * Scoort A dan houden ze de voorrang om aan te vallen, is dit   niet het geval dan speelt de trainer de volgende keer in de   loop van ploeg B * Welke ploeg behaalt eerst 10 treffers?                         Variatie:   De spelers nemen verschillende starthoudingen aan   (vb: buik- of ruglig) 8. Nummerwedloop met afwerken op doel Organisatie:  * Rechts en links van het doel met doelman 3 startkegels plaat-    sen en nummeren ( op de doellijn, op de hoek van het    strafschopgebied, op de hoek van het dubbel strafschopgebied) * 2 ploegen van 9 spelers verdelen over de 2 zijden * De trainer plaatst zich recht tegenover het groot doel met ballen Verloop: - De trainer roept luid een nummer en speelt de bal gelijktijdig    richting doel, licht in het voordeel van een ploeg. De eerste    spelers van dat nummer starten richting bal, wie hem eerst    bereikt probeert af te werken, de andere verdedigt. - Welke ploeg maakt het meeste doelpunten?  9. Doelshotwedstrijd Organisatie: * Op de doellijn en middellijn een doel met doelman * In het midden een vierkant van 8m op 8m afbakenen waarin    alle ballen gelijkmatig verdeeld worden * Links en rechts van het vierkant op een afstand van 12 meter    een startkegel plaatsen * 2 ploegen van 5 spelers Verloop: - Op signaal starten naar het vierkant en een willekeurige bal   meenemen naar links en afwerken op doel. Daarna bal op-   halen en terugkeren naar de groep. - Wie eerst afwerkt behaalt een punt, een doelpunt is eveneens   een punt. - Welke ploeg haalt eerst 15 punten? 10. Dubbele afwerking op doel Organisatie: * Op een afstand van 32m (=dubbel strafschopgebied) 2 doelen    plaatsen met doelman * Vanop de hoeken van het strafschopgebied wordt met 4 kegels    tweemaal een slalom gecreëerd, iets verder staat links en    rechts een startkegel (8 à 10m) * 2 ploegen van 5 spelers  met bal verdelen zich op de startposi-    ties Verloop: - De trainer roept rechts of links, de eerste speler start in het    slalomparcours en draait die kant af om af te werken op doel - Daaropvolgend starten ze naar het andere doel om een center    af te werken van hun medespeler - Ieder doelpunt is 1 punt. Wie de center eerst afwerkt haalt een    extra punt. - Welke ploeg haalt eerst 15 punten? 11. Afwerken op doel met daaropvolgend 2 tegen 1 situatie Organisatie:  * Een doel met doelman plaatsen op 35m van het ander groot    doel met doelman * Links en rechts van dat doel 3 stokken neerleggen op een    afstand van 1m * 2 groepen maken: groep A met 4 spelers met en groep B    met 2 x 3 spelers zonder bal Verloop: - De eerste speler van A start met bal richting doel en shot op   doel zonder tegenstand - Gelijktijdig starten de eerste twee spelers van B in spurt door   het stokkenparcours - Daaropvolgend werpt de doelman van A een bal naar een   van beide spelers van B die dan in een 2 tegen 1 situatie   spelen tegen de speler van A 12.   2 tegen 2 na spurt (voorwaarts en rugwaarts) Organisatie: * Een doel met doelman plaatsen op 35m van het ander groot   doel met doelman * Links en rechts van beide doelen een startkegel plaatsen * Bij ploeg A staat nog eens een kegel op 5m daarvan * 2 ploegen van 2 x 3 plaatsen, A met bal (aan 1 zijde) en B   zonder bal Verloop: - Het spel start op met een diagonale pass van A naar B,   daarna spurten de beide spelers naar het kegeltje en terug   en komen dan in de 2 tegen 2 - De speler van B legt de bal na controle (of direct) breed   voor zijn medespeler en loopt dan achter hem door, daarna   in vrij spel proberen afwerken op doel in de 2 tegen 2 13. Afwerken op doel (2x) met aansluitend een 4 tegen 2-situatie Organisatie: * 2 doelen met doelman op een afstand van 40m * De spelers in 2 groepen verdelen * De blauwe ploeg staat per twee met bal achter doel A en de    rode ploeg,  achter doel B, verdeelt zich in 2 ploegen van 4 Verloop: - De duo’s naast doel A starten gelijktijdig met een tempodrib-    bel en schieten op doel B. Eén van de spelers voert wel eerst    en slalomdribbel tussen 2 kegels uit alvorens af te werken. - Na het afwerken op doel start de 4 tegen 2 - De actie start bij ploeg B met een pass van binnen naar    buiten, de ontvanger dribbelt naar binnen toe en de    passgever loopt achter hem door - Het spel eindigt bij het afwerken op doel van één van de    twee ploegen 14. Van 1 tegen 1 naar 4 tegen 4 Organisatie: * Het terrein is een dubbel strafschopgebied met 2 doelen * Rechts en links van het doel met kegels 4 startposities aan-    duiden en nummeren - 2 ploegen maken en verdelen over de startposities Verloop: - De trainer roept een nummer van 1 tot 4 en speelt gelijktij-   dig een bal in een speelhelft voor doel - De spelers wiens nummer werd geroepen lopen vanuit hun   positie het veld in spelen een 1 tegen 1 tot er afgewerkt is. - Daarna verder op dezelfde manier. Welke ploeg    lukt het meeste doelpunten?  Variaties: - De trainer roept 2 , 3 of 4 nummers zodanig dat   er kan gespeeld worden in een 2 tegen 2, 3 tegen   3 of 4 tegen 4 15. Spelvorm 3 tegen 3 met 2 aanspeelpunten Organisatie: * Een terrein van 15m op 15m * 2 ploegen van telkens 5 spelers * In het terrein 3 tegen 3 met 2 aanspeelpunten die recht tegen-    over mekaar staan * Reserveballen klaarleggen Verloop: - Spelen op balbezit - De balbezittende ploeg probeert de bal in de ploeg te houden   van het ene  aanspeelpunt tot het andere - Iedere keer dat dit lukt scoort men 1 punt - De speelduur is +/- 1 tot 2 minuten. Aansluitend 1’ recuperatie   en wisselen van opgave voor enkele spelers Variaties: - Het speldoel wijzigen: vb 10 passen na mekaar zonder onderscheppen van de tegenstander = 1 punt - Met beperking van het aantal contacten: De aanspeelpunten spelen direct, de centrale spelers hebben 2 contacten 16. 5 tegen 3-situatie in het strafschopgebied Organisatie: * Terrein = het strafschopgebied met 1 groot doel en 2 zijwaarts    geplaatste kegeldoeltjes * 2 ploegen van 8 spelers Verloop: - 5 tegen 3, de meerheid (5) valt aan naar het grote doel    met doelman, de minderheid (3) countert naar de    kegeldoeltjes - De trainer speelt telkens de bal in, van zodra de eerste    bal in of naast doel gaat brengt hij de volgende bal in    het spel - Na 5 ballen eindigt het spel en komen de wachtende    ploegen in het spel - Na 4 x wordt er in de ploegen gewisseld van spelers - Welke ploeg scoort over alle wedstrijdjes het meeste    doelpunten? Doelpunten in de counterdoelen    (= kegeldoeltjes) tellen dubbel. 17.   Spurtjes met bijkomende oefeningen in 6 posten Organisatie: * Op afstand van 5 worden 6 posten plaatsen * Per post op 20m van elkaar 2 kegels * Gelijke groepen /2 spelers per post POSTEN: Post 1:   5 paaltjes in de breedte op 1m van elkaar leggen Post 2:   2 paaltjes achter elkaar leggen in de looprichting Post 3:   5 paaltjes in de breedte leggen op een afstand                  van 2 à 3m Post 4:   2 paaltjes achter elkaar leggen in de looprichting Post 5:   5 paaltjes in de breedte op 1m van elkaar leggen Post 6:   2 paaltjes achter elkaar leggen in de looprichting Verloop: - Na de oefening per post wordt er gespurt tot aan de 2de   kegel - Terugkeren in lichte looppas - Iedere speler voert per station 3 x tot 5 x de oefening uit - Als recuperatie tussen de posten 1 ronde in lichte looppas OEFENING PER POST: Post 1:   In zijw. bijtrekpas aan hoogste tempo daarna spurt               tot kegel Post 2:   Vorderen met sluitsprongen (benen samen boven               de stokken, benen gespreid bij landing en afstoot               op de grond) daarna spurt Post 3:   Loopsprongen met afzet tussen de stokken daarna               spurt Post 4:   Diagonaal huppen over de stokken (Beide voeten               samen!) daarna spurt Post 5:  Tussen de paaltjes voorwaartse en rugwaartse sla-               lomspurtjes daarna spurt Post 6:   Diagonale sprongen over de paaltjes (afwisselend               afzetten met linker rechtervoet ) daarna spurt 18. Omloop met sprongen en spurten Organisatie: * De omloop wordt in achtvorm uitgevoerd * POSTEN: Post 1:   3 kegels op een afstand van 8m plaatsen, een vierde               kegel staat op 15m Post 2:   5 kegels op een afstand van 1m achter elkaar plaat-               sen, een zesde kegel op 15m Tussen Post 2 en Post 3 twee kegeldoelen van 5m breedte plaatsen, kort bij de zijlijn en ter hoogte van de middellijn Post 3:   3 kegeldoeltjes met een breedte van 1,5m tot 2m in               de looprichting plaatsen, op 10 tot 20m daarvan nog               een kegel plaatsen Post 4:   5 kegels op 1m van elkaar evenwijdig met de doellijn,               de zesde kegel loodrecht daarop, 10 tot 15m afstand   Verloop: - De spelers voeren de omloop individueel uit - Bij aanvang zijn ze gelijk verdeeld over de omloop - Iedere spurt wordt voorafgegaan door gevarieerde sprong-   oefeningen die eveneens explosief uitgevoerd worden - Tussen de posten langzame looppas - Werktijd: 6 tot 10 min. - OEFENING PER POST: Post 1:   Huppen op linkerbeen, huppen op rechterbeen, daarna               gevolgd door een spurt Post 2:   Explosieve sluitsprongen (benen aangesloten) over de               kegels gevolgd door een spurt Post 3:   Loopsprongen over de 3 kegeldoeltjes gevolgd door een               spurt Post 4:   Zijwaartse sluitsprongen over de kegels gevolg door een               spurt