HDLFootProductions 1.Bal leiden en dribbelen: Dribbelen door kegeldoeltjes Organisatie: * Een terrein van 20m op 15m met daarin verspreid 5 kegeldoeltjes    van 2m breedte * 8 spelers met bal Verloop: - Dribbelen door de kegeldoeltjes maar geen 2 keer na mekaar door   het zelfde doeltje dribbelen - Verschillende technische opdrachten: enkel met de linkervoet drib-   belen, enkel met de rechtervoet, enkel met binnenkant voet, enkel   met buitenkant voet, enzv… - Wie lukt in 1 minuut de meeste dribbeldoelpunten? Variatie: - Wisselen van dribbelvoet nadat door een doeltje gedribbeld is - 1 tot 2 spelers fungeren als storende spelers - Met een partner uitvoeren die eveneens met bal kort volgt Letten op: - De bal kort aan de voet houden wanneer een speler in de nabijheid komt - Niet naar de bal kijken om vrije dribbeldoelen en andere spelers te zien (panoramische visie!) - tempodribbels in de vrije ruimte en op zekerheid op beperkte ruimte 2. Bal leiden en dribbelen: Wedstrijdvorm 4 tegen 4 naar dribbeldoeltjes Organisatie: * Een terrein van 20m op 15m met een middellijn en telkens 2    kegeldoeltjes van 2m breedte op de doellijnen * 2 ploegen van 4 spelers Verloop: - De balbezitters proberen door een willekeurig doeltje te dribbelen - De ploeg die scoort blijft aan de bal en dribbelt verder in het veld - Hetzelfde doeltje mag geen twee keer na mekaar gebruikt worden. - Bij balrecuperatie moet de bal eerst over de middellijn gaan om te   kunnen scoren Variatie: - Het terrein kleiner of groter maken naargelang het technisch    vermogen - met 3 dribbeldoelen werken Letten op: - Bij het balleiden de bal goed afschermen - Op beperkte ruimte niet overhaast te werk gaan maar rustig aan de    bal zijn - De mogelijkheden om door te breken herkennen en met een    tempodribbel benutten - De blik op ploegmaten en tegenstanders richten om spelsituaties    snel te herkennen en op te lossen 9.   TECHNIEKTRAINING 3. Bal leiden en dribbelen: Dribbelen door de doeltjes en afwerken op doel Organisatie: * Op 15m tot 20m voor het doel vijf dribbeldoeltjes verdelen over de    ruimte * De spelers staan met bal op 25 meter achter een startlijn Verloop: - Door drie doeltjes dribbelen en dan afwerken op doel - Er mag geen tweemaal door hetzelfde doeltje gedribbeld worden - Verschillende dribbelopdrachten: enkel met rechts, enkel met links,   enkel met binnenkant voet, enkel met buitenkant voet Variaties: - Na het doordribbelen van het eerste doeltje start de volgende   speler en deze probeert de eerste speler in te halen via dezelfde   weg, kan hij dit dan mag hij afwerken en niet de andere. - De tijdsdruk vergroten door een nastartende verdediger Letten op:  - Geconcentreerd dribbelen door de doeltjes en tussen de   doeltjes het tempo laten zakken - De blik zoveel richten op de speler die wordt achtervolgd - verrassende richtingsveranderingen inbouwen - consequent  afwerken op doel 4. Bal leiden en dribbelen: Wedstrijdvorm 3 tegen 3 + 1N naar dribbeldoelen Organisatie: * Een terrein van 20m op 15m met daarin 4 doeltjes van 2m   verspreid over het terrein * 2 ploegen van 3 spelers en 1 neutrale speler Verloop: - De balbezittende ploeg probeert door een dribbeldoel te drib-   belen en mag daarbij de neutrale speler gebruiken - Wie scoort blijft in balbezit en mag aanvallen naar een ander   doeltje - Bij balrecuperatie mag direct gescoord worden Variatie: - Het aantal toegelaten balcontacten van de neutrale speler be-   perken - zonder neutrale speler spelen Letten op: - De bal met lichaam afschermen voor de tegenstander - Voor een rustige spelopbouw naar de vrije ruimte dribbelen en proberen de neutrale speler te vinden - Bewust een dribbel veinzen in een bepaalde richting, om een afspelen of dribbel in de andere richting mogelijk te maken 5. Bal leiden en dribbelen: 1 tegen 1 naar kegels en doelschot Organisatie: * Een terrein afbakenen van 35m op 20m met 2 jeugddoelen, daarna    een kleiner terrein maken van 15m op 20m met daarin 6 kegeldoel-    tjes van 2m * De spelers staan per 2 met bal t.h.v. de doeltjes Verloop: - 3 x afwisselend 1 tegen 1 naar de dribbeldoeltjes, na het doordrib-    belen van een doeltje mag de speler zonder tegenstand doorgaan    om te proberen scoren in het groter doel met doelman - De speeltijd max. 30” - Daarna opgave Variaties: - Scoren in het groot doel = opnieuw balbezitter - 1 tegen 1 naar 4 dribbeldoeltjes - 1 tegen 1 met dribbellijn - Doelpunten enkel na het dribbelen van de doelman Letten op: - De verdediger start tussen de 2 doeltjes om verschillende dribbelmogelijkheden te hebben - Tempowissels inbouwen: aanval rustig en zeker opbouwen en bij het passeren een ritmeverandering uitvoeren 6. Bal leiden en dribbelen: 3 tegen 3 naar doel en counterlijn Organisatie:  * Het terrein is een dubbel strafschopgebied, aan de ene kant met   doel  en doelman, aan de andere kant een counterdoel * 2 ploegen van 3 spelers stellen zich op buiten het strafschapge-   bied Verloop: - 3 tegen 3 naar strafschopgebiedlijn en/of counterlijn - Kan de aanvallende ploeg over de strafschopgebiedlijn dribbelen   dan mogen ze doorgaan en proberen scoren in het groot doel   zonder tegenstand - De verdedigers proberen door te dribbelen over de counterlijn   een opgavewissel te forceren Variaties: - De counterlijn verdelen met 2 of 3 kegels - Idem met een neutrale speler die meespeelt met de balbezitten-   de ploeg Letten op: - Het spel breed houden om de kansen op het overdribbelen van de lijnen te verhogen - De verdedigers naar een kant proberen krijgen om dan met een snel spelverleggen een overtal te proberen krijgen aan   de andere zijde 7.  Passing: Pass door dubbele kegeldoeltjes Organisatie: * Meerdere dubbele kegeldoeltjes opzetten (kegeltjes op 1m van   elkaar) * Telkens 2 spelers op 5m plaatsen van de kegeldoeltjes * Per groep 1 bal Verloop: - De bal spelen door een kegeldoeltje en de bal volgen - Opgeven welke speelvoet  ( rechts, links, afwisselend rechts en   links, enzv…) Variaties: - De toegespeelde bal zijwaarts meenemen en door het    naastliggende kegeldoeltje terugspelen - De afstand speler-kegeldoeltjes vergroten - In wedstrijdvorm: welke lukt het snelst 12, 28, … passen Letten op: - de bal zuiver spelen met binnenkant of buitenkant - de techniek van het passen corrigeren  8. Passing: Spelvorm 3 tegen 2 met doelman Organisatie: * Een terreintje van 20m op 15 m met 2 kleinere doelen met kegels   op de hoeken * 2 ploegen van 3 spelers Verloop: - 3 tegen 2 naar doel  zonder doelman - Van de ploeg die niet in balbezit is laat een speler zich terugval-   len als doelman, bij balrecuperatie gebeurt hetzelfde bij de tegen-   stander - De ploeg die de bal verovert speelt terug op zijn doelman en dan   begint pas de nieuwe 3 tegen 2 Variaties: - De grootte van het terrein varieert naargelang de kwaliteiten van   de spelers - Idem met 3 tegen 1, hier vallen 2 spelers terug, 1 als verdediger voor het doel en 1 als doelman Letten op : - de meerderheidssituatie benutten, het spel breed houden - De passing eenvoudig en zuiver houden, met binnenkant voet de bal in de voet spelen van de medematen - Naargelang het niveau coachen op snelle balcirculatie en/of moeilijkere passvarianten toevoegen (buitenkant voet, …)  9. Passing: spelcombinatie 1 met afwerken op doel Organisatie: * 1 groot doel met doelman * Startpositie (kegel) op een hoek van het strafschopgebied op de   doellijn, 4 spelers met bal Verloop: - A pass naar B, die terugkaatst, A diagonale pass op C die de bal   in de loop legt van de inlopende B en deze werkt af - Een positiewissel doorvoeren: A naar B, B naar C en C naar A Variaties: - Idem aan de andere zijde - Afstanden en hardheid van de passen variëren - meerdere balcontacten toelaten - de tijdsdruk verhogen door een snelle volgende bal Letten op: - Zuivere en harde passen in de voet - De bal vragen door specifieke vrijloopbewegingen en de bal tegemoet komen op een toegespeelde bal - Enkel met de voet spelen waarin de bal werd gespeeld, geen rekening houden met de zwakke voet - Loop- en balwegen bepalen - Letten op tweevoetigheid 10. Passing: spelvorm 4 tegen 3 naar kegeldoeltjes Organisatie: * Terrein = dubbel strafschopgebied * Op de doellijnen kegeldoeltjes van 1 tot 2m * 2 ploegen met 4 spelers Verloop: - Een speler van de verdedigende ploeg blijft buiten het terrein - 4 tegen 4 naar kegeldoeltjes - Er wordt enkel gescoord als een lage bal door de kegels gaat - Bij balrecuperatie wisselen van opgave, de 4de speler komt   terug in het veld en bij de tegenstander wie de bal heeft verlo-   ren gaat buiten het veld staan Variaties: - Naar 3 kegeldoeltjes spelen - De grootte van de doelen variëren - Het aantal balcontacten op eigen helft beperken - Doelpunten in één tijd tellen dubbel Letten op: - Zorgen voor aanspeelpunten door verzorgen van posities in breedte en diepte - Letten op risicoloze en rustige spelopbouw met op de gepaste moment verrassende tempowisselingen - Het spel verleggen om een meerderheidssituatie te creëren 11. Passing: Passvorm in 2 tegen 1 situatie Organisatie: * Terrein = dubbel strafschopgebied met 1 groot doel met doelman    en 2 dribbeldoeltjes van 1m * De spelers worden per 3 geplaatst naast en tussen de dribbel-    doeltjes (zie tek.) * De spelers naast het groot doel hebben elk een bal Verloop: - A pass naar B, controle en speelt met B’ tegen A in een 2 tegen 1   situatie - Bij balrecuperatie countert A naar de kegeldoeltjes - Iedere nieuwe actie start bij de spelers van A Variaties: - Een 2de verdediger start na de balcontrole en zo    volgt een 2 tegen 2 - Idem met 3 tegen 2 + bijkomende 3de verdediger - Het aantal passen beperken Letten op: - Met buitenspel - Het passenspel moet verzorgd en doelgericht zijn - Met een pas het besluiten op doel voorbereiden - De pass met een gerichte dribbel voorbereiden - De panoramische visie benadrukken 12. Passing: Spelvorm 4 tegen 4 + 4 neutrale aanspeelpunten Organisatie: * Terrein = dubbel strafschopgebied met 2 doelen met doelman * 3 ploegen van 4 spelers Verloop: - In het veld wordt 4 tegen 4 gespeeld -De 3de ploeg stelt zich aan de buitenkanten als aanspeelpunt - Speeltijd = 4min. – Wisselen na korte recuperatie Variatie: - Enkel de aanspeelpunten in het aanvalshelft of verdedi-    gingshelft mogen gebruikt worden - Bij de aanspeelpunten de balcontacten beperken - De aanspeelpunten op de doellijnen naast de doelen    plaatsen Letten op: - Met snel passenspel een meerderheidssituatie proberen creëren - De medespelers zo aanspelen dat een direct doelshot mogelijk is - Geen risicodribbels op eigen helft, maar rustig en doelbewust opbouwen 13. Aannemen en meenemen van de bal in driehoekvorm Organisatie: * Driehoeken maken met lange zijde van 25m, de andere kegel staat   op 5m van het midden van die zijde * 4 spelers: 2 op A, 1 op B en 1 op C en aan iedere driehoek een bal Verloop: - Speler A (blauw) dribbelt richting B, en geeft een pass op de naar   binnen startende speler B (geel) en sluit aan op deze zijn positie - Speler B (geel) neemt de bal mee en geeft een pass naar speler C   (rood) en sluit aan bij A - Speler C (rood) dribbelt richting B en geeft een pass naar de naar   binnen startende speler (blauw) en sluit aan op positie B. - Deze speler (blauw) neemt de bal mee en geeft een pass naar   speler A (paars) en sluit aan op positie C. Variaties: - Op positie B eerst een uitvalsbeweging naar buiten voor het aanspelen - In wedstrijdvorm met de andere driehoeken Letten op: - De bal in de loop spelen - Het aan- en meenemen corrigeren zoals opengedraaid staan - Van positie B altijd naar de kegel lopen vanwaar de bal werd toegespeeld 14. Aan- en meenemen van de bal: Spelvorm 2 tegen 2 met aanspeelpunten Organisatie: * Een terreintje van 20m op 20m met een middellijn markeren * 2 ploegen van 4 spelers maken * In de hoeken van het terrein van iedere ploeg 2 spelers diago-   naal t.o.v. mekaar plaatsen als aanspeelpunt. Verloop: - Binnen het terrein 2 tegen 2 op balbezit met gebruik van de   aanspeelpunten. - 10 passen na mekaar = 1 punt - Wanneer men een aanspeelpunt gebruikt wisselt de passgever   men met hem van positie - Direct spel is niet toegelaten Variaties: - De speelveldgrootte aanpassen volgens het prestatievermogen - 3 tegen 3 met 2 aanspeelpunten 15. Aan- en meenemen van de bal: Afwerken op doel na schijnbeweging en snelle draai Organisatie: * Een speler staat aan een kegel op 10m van het strafschopgebied * 4 of meer spelers met bal aan de hoek van het strafschopgebied * 1 doelman in een groot doel Verloop: - 1 speler met bal start en dribbelt naar het aanspeelpunt toe, geeft   een pass en vraagt hem terug - Het aanspeelpunt geeft een pass terug in de loop - Met een snelle draaibeweging de bal meenemen richting doel en   afwerken Variatie: - Een verdediger bijvoegen, die start wanneer de speler de bal aanneemt ( van aan de kegel die lichtjes zijwaarts   geplaatst is) 16. Aan- en meenemen van de bal: Wedstrijdvorm 5 tegen 3 + 2 Organisatie: * Een terrein van 20m op 25m met een middellijn en 2 halfgrote   doelen * 2 ploegen van 5 spelers Verloop: - Wedstrijd 5 tegen 5, de ploeg in balbezit valt aan naar beide   doelen. Bij de andere ploeg zijn 2 spelers doelman zodanig   dat in het veld een 5 tegen 3 ontstaat. - Na een doelpunt behoudt de scorende ploeg de bal maar   moet eerst de middellijn overschrijden om opnieuw te kunnen   scoren. - Na balverlies wordt snel wisselen, en de bal moet terug eerst   over de middellijn gaan om te kunnen scoren  Variatie: - Het besluiten op doel moet na een vastgelegd aantal    passen op een bepaalde speelhelft gebeuren Letten op: - Bij balrecuperatie snelle omschakeling - Risicopassen en – dribbels vermijden - De breedte en diepte van het terrein benutten - Het spel verleggen 17. Aan- en meenemen van de bal: Snelle balaanname met 2 tegen 1 situatie Organisatie: * Oefenen naar 1 doel met doelman * Op 10m van het strafschopgebied 3 spelers met bal en op   5m van de hoek 3 spelers zonder bal. * De 3 verdedigers staan op de doellijn, op 5m van de lijn van   het strafschopgebied Verloop: - De centrale aanvaller speelt de bal naar de zijwaarts gepos-   teerde aanvaller, deze neemt de bal aan en start richting   doel met steun van de meelopende centrale aanvaller. Zo   ontstaat een 2 tegen 1 situatie met de tegemoetkomende   verdediger - Na de actie wordt er telkens gewisseld van posities  Variaties: - Het aantal contacten beperken - Dezelfde oefening met een bijkomende verdediger aan de andere zijde Letten op: - Doelgerichte acties, dus zo snel mogelijk richting doel 18.   4 tegen 4 met 2 + 2  aanspeelpunten Organisatie: * Het terrein is 25m op 25m * 2 ploegen van 6 spelers * Van iedere ploeg plaatsen zich 2 spelers als aanspeelpunt   aan de zijkanten van het terrein Verloop: - 4 tegen 4 op het terrein met gebruik van de aanspeelpunten - 3 ( 4 of 5) passen na mekaar met daarna aanspelen van een   aanspeelpunt = 1 punt - Na 4’ de aanspeelpunten wisselen Variatie: - Na een pass op een aanspeelpunt wisselt de speler met hem   van positie Letten op: - Het speelveld ‘groot’ maken  - Risicodribbels vermijden 19.   Shot met volle wreef: Doelshot vanuit dribbel Organisatie: * 2 jeugddoelen naast elkaar plaatsen en met kegels ieder doel   in 3 gelijke gedeelten verdelen * Op 10m een shotlijn en op 20m een startlijn maken * Alle spelers met bal Verloop: - De spelers dribbelen van aan de startlijn tot de shotlijn en   schieten met de volle wreef naar de hoeken van het doel - Welke groep lukt het eerst 10 treffers? - Wisselen van voet om te trappen, zodanig dat er getraind   worden op tweevoetigheid Variaties: - In plaats van een verdeling van het doelvlak een doelman    van de andere ploeg in het doel plaatsen - Tussen de lijnen dribbeldoelen opstellen die men moet doordribbelen - Een verplichte schijnbeweging voor de dribbel uitvoeren Letten op: - Precisie gaat voor op kracht - Ook steeds met de zwakke voet oefenen  20.   Doelshotspel 2 tegen 2 + 2 Organisatie: * Het terrein = dubbel strafschopgebied met 2 doelen met   doelman * 3 x 2 spelers Verloop: - 2 tegen 2 en het 3de duo speelt als neutraal team mee met   de balbezitters maar mogen zelf geen doelpunten maken - Bij doelpunt blijft het scorende duo in balbezit - Spelen met buitenspel - Doelpunten in één tijd tellen dubbel - Speeltijd = 2’ en daarna worden de neutrale spelers gewisseld - Iedere ploeg speelt 2 x Variaties: - Beperken van het aantal balcontacten - 3 tegen 3 + 2 neutrale spelers - Ook de neutrale spelers mogen scoren, maar enkel in één tijd